Uitleg weervariabelen

Outside temp: De buiten temperatuur.

Outside humidity: De luchtvochtigheid buiten.

Dew point: Het dauwpunt. De temperatuur waarbij waterdamp begint te condenseren tot regen of mist. Soms wordt het dauwpunt weergegeven onder het vriespunt. Dit komt door de manier waarop het dauwpunt berekend wordt. Zodra de temperatuur onder het vriespunt komt, zal de waterdamp niet meer condenseren maar bevriezen in de vorm van sneeuw, hagel of rijp. 

Wind chill: Gevoelstemperatuur die bepaalt wordt door de buiten temperatuur en de windsnelheid. Is alleen tijdens koud weer van toepassing.

Heat index: Gevoelstemperatuur die bepaalt wordt door de buiten temperatuur en de luchtvochtigheid. Is alleen tijdens warm weer van toepassing.

THW index: Staat voor Temperature, Humidity, Wind index. De gevoelstemperatuur die bepaalt wordt door de temperatuur, luchtvochtigheid en de windsnelheid. Is alleen in de schaduw van toepassing.

Wind direction: De windrichting.

Wind speed: De wind snelheid in Km/u.

Barometer: Geeft de luchtdruk weer. Hoe hoger de druk hoe kleiner de kans op neerslag is. Meestal is de luchtdruk tussen de 990 en 1030 hpa.

Day rain: Geeft weer hoeveel regen deze dag is gevallen. Om middennacht wordt de Day rain teruggezet naar 0.

Storm rain: Geeft weer hoeveel het geregend heeft sinds de laaste droge periode. Voor een droge periode moet het 24 uur droog zijn. Als het 24 uur droog is geweest wordt de Storm rain teruggezet naar 0.

Rain Rate: Geeft weer hoeveel regen er in een uur valt als het met dezelfde hoeveelheid blijft regen als de laatste 5 minuten. Zodra het 5 minuten droog is gaat de Rain rate weer terug naar 0.

Month rain: Hoeveel het geregend heeft deze maand.

Year Rain: Hoeveel het geregend heeft dit jaar.